zondag 22 februari 2015

Mannelijke collega’s en watts per kilogram…

Eenzaam in het hotel is het geen moment geweest, want er zitten hier continu een aantal mannelijke collega’s van mij. De eerste week waren er een aantal renners van Tinkov-Saxobank, met o.a. Contador, Kreuziger en hun Nederlandse ploegleider Steven de Jongh. Verder zaten hier in mijn eerste week Jurgen van den Broeck (Lotto), Enrico Gasparotto (Wanty) en vier renners van Lotto-Jumbo (Wilco Kelderman, Tom Leezer, Robert Gesink en Kevin de Weert). De Lotto-Jumbo mannen waren hier samen met hun en mijn trainer Louis Delahaije. Voor mij maakte dit de keuze om naar Tenerife te gaan nog makkelijker, aangezien ik verder niet zovaak mijn trainer ‘live’ spreek.

De mannen van Lotto-Jumbo zijn in de tweede week weg gegaan om te gaan koersen. Het was leuk om bij hen bij het ontbijt en diner aan tafel te gast te mogen zijn. Hopelijk ga ik het goede voorbeeld van o.a. Wilco Kelderman volgen, want hij reed gelijk bij terugkomst op zeeniveau direct goed in de Ruta del Sol. Het was vervolgens even een dagje rustig, maar daarna kwam Astana met een vijftal renners (Fabio Aru, Paolo Tiralongo, Diego Rosa en twee Kazakken) en sinds twee dagen nu ook Lars Boom. BMC zit hier ook met vier renners en Giampaolo Garuso van Katusha is er.

Ik krijg regelmatig de vraag of ik dan bij deze mannen kan aanhaken met een training. Zij rijden bergop echter zoveel harder dan ik, dat het echt niet mogelijk is om met hen te trainen. Hoe makkelijk of hoe hard je bergop kan rijden heeft te maken met het vermogen (wattage) dat je kunt leveren per kilogram lichaamsgewicht. In een wedstrijd is dat meestal het wattage bij je omslagpunt. Dat wil zeggen; het wattage dat je goed getraind ongeveer een uur kan volhouden. Dan maak je wel lactaat aan, maar maak je ongeveer even veel lactaat aan als er tegelijkertijd wordt afgebroken door je lichaam. Bij mij ligt dit rond de 5 watt/kg.

Van een mannelijke prof ligt dit zoveel hoger doordat zij 1) meer power hebben en 2) niet heel veel zwaarder zijn dan ik. De mannen die hier nu allemaal zitten zijn bijna allemaal klimmers en ikzelf ben meer het type ‘klassieker renster’. Ik gok zelfs dat mijn buurman van de eerste week (Contador) hetzelfde weegt als ik. Ik heb het niet durven vragen. 😉

Natuurlijk kan ik wel een gedeelte met hen mee als ik er een heel intensieve training van maak en zij een rustige duurtraining op het programma hebben staan. Echter op hoogte is het extra belangrijk dat je je aan je trainingsschema houdt en je eigen trainingsdoelen in de gaten houdt, waardoor ik echt niet met hen mee kan trainen als het bergop gaat. Een rondje vlak met die mannen mee in het wiel gaat geen probleem zijn, maar hier kan je geen rondje maken met minder dan 2000 hoogtemeters… Gisteren fietste ik het eerste uur even weg met Lars Boom die even ‘rustig’ drie uurtjes ging fietsen, maar door de enorm harde wind werd dat voor mij rond het omslagpunt tegen de wind in beuken. 🙂

Gepost door: Annemiek op zondag 22 februari 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nieuwste berichten

zondag 18 oktober 2020

Aanval loont niet in Ronde van Vlaanderen

vrijdag 16 oktober 2020

Trainingen op Sardinië als basis voor de Hoogmis

© Annemiek van Vleuten